Looppoort opmeten: zo bepaal je dagmaat, speling en draairichting

Een looppoort die klemt, scheef hangt of net niet dichtvalt, is bijna altijd terug te voeren op één ding: verkeerd opmeten. Een poort van staal is onverbiddelijk, want anders dan een houten deur kun je er achteraf niet zomaar een centimeter af schaven. De maten die je doorgeeft, zijn de maten die je krijgt.

Gelukkig is opmeten geen hogere wiskunde. Met een rolmaat, een waterpas en een half uur tijd kom je een heel eind. In dit artikel lopen we stap voor stap door wat je moet meten, hoeveel speling je moet aanhouden en hoe je de draairichting bepaalt, zodat je maatwerk in één keer goed valt.

Stalen looppoort in een doorgang, gemeten op dagmaat

Waarom opmeten het halve werk is

Bij een stalen looppoort wordt het frame op maat gelast. Het staal wordt daarna verzinkt en gepoedercoat, en juist die afwerking maakt bijzagen achteraf onverstandig: elke zaagsnede opent de coating en is een startpunt voor roest. Maatwerk betekent dus dat de maat vooraf klopt.

Daar komt bij dat een poort altijd tussen twee vaste punten hangt. Een muur, een gemetselde pilaar, een stalen staander of een bestaand hekwerk. Die punten staan zelden perfect haaks en perfect verticaal. Meten is daarom niet één maat opnemen, maar controleren of de opening overal even breed is.

Stap 1: bepaal de dagmaat

De dagmaat is de vrije ruimte tussen de twee vaste punten, dus de opening waar de poort in moet komen. Meet die opening op drie hoogtes en noteer alle drie:

  • Onderaan, ongeveer 10 cm boven het maaiveld
  • Halverwege de hoogte van de toekomstige poort
  • Bovenaan, op de hoogte waar de poort eindigt

Verschillen de maten? Dan is de smalste maat leidend. Een muur die naar boven toe iets uitloopt, is normaal; een poort die op de breedste maat is gemaakt, past dan onderaan niet meer. Noteer ook meteen of het verschil groot is: meer dan 15 mm verschil is een teken dat de pilaar of muur uit het lood staat, en dat is iets om te melden bij de aanvraag.

Looppoort model C01 tussen twee muren bij een landhuis

Stap 2: trek de speling eraf

De poort zelf is altijd smaller dan de dagmaat. Je hebt ruimte nodig voor de scharnieren aan de ene kant en voor het sluitwerk aan de andere kant. Als vuistregel wordt gewerkt met:

  • Ongeveer 10 tot 15 mm speling aan de scharnierzijde, zodat de poort vrij kan draaien
  • Ongeveer 10 tot 15 mm aan de slotzijde, zodat de poort niet klemt bij warmte of een licht verzakte pilaar
  • Tussen de 30 en 50 mm bodemspeling, afhankelijk van de ondergrond

Die bodemspeling wordt vaak onderschat. Op tegels of beton kun je krap aanhouden, maar op grind, gras of een oprit met verloop heb je meer ruimte nodig. Ligt er sneeuw of bladafval, dan wil je niet elke winter tegen een poort duwen die over de grond schuurt. Weet je het niet zeker, kies dan de ruimere maat: een grotere onderspeling valt visueel nauwelijks op, een klemmende poort merk je elke dag.

Stap 3: hoogte en verloop in het maaiveld

Meet de gewenste hoogte vanaf het hoogste punt van de ondergrond binnen het draaibereik van de poort. Draait de poort naar buiten over een oplopend pad, dan bepaalt dat hoogste punt hoeveel bodemspeling je nodig hebt. Loopt het maaiveld juist af, dan ontstaat er onderaan een kier die groter wordt naarmate de poort verder opent.

Bij een flink verloop zijn er twee oplossingen: een poort met een schuin aflopende onderregel, of scharnieren die de poort bij het openen iets optillen. Welke van de twee verstandig is, hangt af van het hoogteverschil. Meet dus ook het verschil tussen het begin en het einde van de draaicirkel, en geef dat door.

Stap 4: bepaal de draairichting

Draairichting gaat over twee vragen. Ten eerste: draait de poort naar binnen of naar buiten? Naar binnen is bijna altijd de veiligste keuze, omdat een naar buiten draaiende poort het trottoir, het fietspad of de oprit van de buren blokkeert. Naar buiten is alleen logisch als er binnen te weinig ruimte is, bijvoorbeeld bij een smal pad langs het huis.

Ten tweede: aan welke kant zitten de scharnieren? Ga aan de kant staan waar de poort naartoe draait en kijk ernaar. Zitten de scharnieren dan links, dan spreek je van een linksdraaiende poort. Zitten ze rechts, dan is het een rechtsdraaiende. Noteer het liefst ook waar de brievenbus, de heg of de deur van de schuur zit, zodat duidelijk is waarom je die kant kiest.

Smalle stalen looppoort model A03 in een nauwe doorgang

Veelgemaakte fouten bij het opmeten

  • Alleen bovenaan meten, terwijl de opening onderaan smaller is
  • De speling vergeten en de dagmaat doorgeven als poortmaat
  • Meten vanaf een pilaar die nog gemetseld of gestuukt moet worden
  • De draaicirkel niet controleren, waardoor de poort tegen een regenpijp of plantenbak komt
  • Vergeten dat een grindpad in de loop van de jaren iets ophoogt

Twijfel je over de opname, laat het dan inmeten. Bij een poort tussen twee gemetselde pilaren of aan een oude schuurmuur is dat vrijwel altijd de moeite waard, omdat scheefstand daar eerder regel dan uitzondering is.

Lees ook

Tot slot

Opmeten kost een half uur, maar bepaalt hoe je poort de komende twintig jaar loopt. Meet de opening op drie hoogtes, houd rekening met speling aan beide zijden en onderin, kijk naar het verloop van de ondergrond en bepaal bewust welke kant de poort op draait. Wie die vier stappen netjes doorloopt, krijgt een poort die soepel opent, netjes dichtvalt en er strak in hangt.